Werkstuk

Op school moet je een werkstuk maken, hieronder vind je informatie hoe je dat doet.

Het maken van een werkstuk  is geen eenvoudige klus. Heel belangrijk is een goede voorbereiding. Hier zijn wat tips om jullie op weg te helpen.

  1. Bereid jezelf goed voor
    Kies een onderwerp dat je interesseert.  Ga daarna op zoek naar  boeken over je onderwerp en gebruik leerzame sites van het internet.  Lees alles wat je verzameld hebt goed door. Je mag gebruik maken van de hulpvragen op deze site maar je kunt ook een mindmap maken.
  2. Maak een goede hoofdstukken indeling.
    Bedenk een goede titel voor jouw werkstuk en bedenk hoe je jouw werkstuk wilt indelen in hoofdstukken. Kies van ieder hoofdstuk vragen die voor jou belangrijk zijn.
  3. Zoek goede teksten en plaatjes.
    Zoek bij alles waarover je wilt schrijven materiaal. Dat kunnen teksten zijn, maar ook foto’s of tekeningen. Kijk of je genoeg weet om er zelf iets over te schrijven. Als dat niet zo is, kun je extra materiaal gaan zoeken. 
  4. Ga dan pas schrijven.
    Als je dat allemaal gedaan hebt, begin je pas met schrijven. Denk daarbij aan het volgende:
    • Schrijf geen zinnen over van het internet of een boek, maar probeer alles zoveel mogelijk in je eigen woorden op te schrijven.
    • Gebruik nooit woorden die je niet kent. Als je moeilijke woorden tegenkomt, vraag dan aan je ouders of op school wat deze woorden betekenen, of zoek ze op in een woordenboek.
    • Laat ruimte voor de plaatjes die je in jouw werkstuk wilt plakken.
    • Schrijf niet alles achter elkaar. Als je iets over een nieuw onderwerp gaat schrijven, laat dan een regel open of verzin een kopje dat je erboven kunt zetten.
    • Gebruik voorbeelden en vergelijkingen om iets duidelijk te maken.
  5. Zorg dat je werkstuk er verzorgd uitziet
    Als je klaar bent met schrijven,  maak je een voorkant bij je werkstuk.  Schrijf een inleiding, een slotwoord en een inhoudsopgave. In het slotwoord kan je ook goed beschrijven wat je er zelf van geleerd hebt.
    Zorg ook voor een goede bronvermelding.
  6. Printen
    Als je werkstuk klaar is laat je het eerst door iemand nakijken . Daarna print je het werkstuk en doe je er een mooi mapje omheen.