OBS De Dorpsakker
De Dorpsakker, daar kom je tot bloei
In het woord ‘akker’ zit het dorpse en de omgeving besloten en we willen de kinderen graag volledig tot bloei laten komen. Hoe doen we dat?
Eigenlijk heel eenvoudig: kinderen maximale ontplooiingskansen bieden.
Als je kinderen gelijk wilt behandelen, moet je ze verschillend benaderen.
Centraal staan de talenten en capaciteiten van iedere leerling. Waar je sterk in bent, buit je uit. Waar je minder sterk in bent, ontwikkel je met behulp van anderen. Het onderwijs kent duidelijke basislijnen, onze kerndoelen, maar daarnaast past het zich zoveel mogelijk aan op grond van de eigenheid van ieder kind. Door goed te kijken naar de kansen per kind, wordt onderwijs effectief. Dus zullen we zo veel als mogelijk aansluiten bij de mogelijkheden van het kind, zowel cognitief (wat kan het?) als sociaal-emotioneel (wat voelt het?). We proberen alle talenten die een kind heeft aan te boren en de kinderen ook aansporen die te ontwikkelen. Zo wordt er ook aandacht besteed aan de mogelijkheid zich creatief te uiten.
De leertijd wordt optimaal benut en leidt tot goede doorstroming naar het voortgezet onderwijs.
Wij werken met heterogene kleutergroepen (d.w.z. dat jongste en oudste kleuters samen in één groep zitten) en vervolgens met het leerstofjaarklassensysteem, maar realiseren ons dat mensen verschillen en dus ook verschillende mogelijkheden hebben. Daar zullen we rekening mee moeten houden, zowel met de kinderen die wat meer als met de kinderen die wat minder aan kunnen.
Een plezierig sociaal klimaat waarin kinderen zich veilig en vertrouwd voelen, is in onze opvatting van het allergrootste belang. Alleen als kinderen zelfvertrouwen krijgen, durven ze de uitdaging aan te gaan om steeds nieuwe doelen na te streven. Het leren respect te ontwikkelen voor elkaar, leren samenwerken en leren om zelfstandig keuzes te maken, vinden wij dan ook heel belangrijk.
Lessen worden minder statisch gemaakt door samenwerken, zelfstandig werken en afwisseling daarin. Eigen verantwoordelijkheid en zelfvertrouwen aanspreken en stimuleren.
De organisatie van de lessen staat beschreven in een interne notitie. Er worden kwaliteitsboeken, logboeken en leerlingenboeken bijgehouden. Maar een school is meer. Een school is een kleine samenleving en net als in de grote samenleving moeten we daar met elkaar in harmonie leven. Dus maken we afspraken over hoe we met elkaar omgaan en proberen dat dan ook in praktijk te brengen, het gedragsprotocol. Begrip, belangstelling en respect voor elkaar zijn de fundamenten.
Het is van groot belang dat een groep goed in elkaar zit, immers dan pas kan er goed gewerkt worden.
De school staat hierin niet alleen. De school zijn we samen: kinderen, leerkrachten en ouders.


